Inhoud
Tilburg is de zevende stad van Nederland. Maar het is ook een stad waar je normaal gesproken niet komt. Geen idee wat ik daar zou moeten doen. In het verre verleden ben ik er eens geweest voor een museum en in een nog verder verleden omdat er een familielid in een klooster zat. Maar wat je verder in deze stad hebt te zoeken, zou ik niet weten.
“Een leuke stad als je van Rotterdamachtige nieuwbouw houdt.”
Station met kroepoekdak
Nou toch wel. Doloris zit in Tilburg. En omdat de vestiging in Utrecht nog niet is geopend, werd een bezoek gebracht aan Tilburg. Met de trein, want het is juli en rustig. Bovendien zit Doloris relatief naast het station van Tilburg. Dat Tilburgse station is op zich een mooi gebeuren. Een schitterende moderne kap, waar kosten nog moeite zijn gespaard. Het draagt de naam ‘Kroepoekdak’.
Misschien is het een beetje overdone allemaal, want met de trein kun je alleen maar van west naar oost en andersom. Tilburg is geen knooppunt. Niet op de weg, niet op het water en niet op het spoor. Dus het aantal sporen is beperkt. Wel zijn het lange perrons, want kennelijk willen veel mensen van Breda naar ’s Hertogenbosch of Eindhoven en weer terug.
Het visitekaartje van Tilburg
Wie het stationsgebouw uitloopt komt in een moderne omgeving. Het is allemaal een beetje Rotterdam look-a-like. Met het verschil dat Tilburg tijdens de Tweede Wereldoorlog niet van voor tot achter is platgebombardeerd. Hier is duidelijk gemeentelijk beleid aan de orde geweest. Tilburg is in handen van D66 en GroenLinks. Iets dat je vaker ziet met steden die worden gedomineerd door studenten.
Bij het verlaten van het station valt direct al een café zonder deur op. Het blijkt een coffeeshop te zijn. Een bewaker staat bij de deur. Verderop lijken twee jonge mannen met elkaar te willen vechten. Op een bankje zit een drugsverslaafde die aan het bijkomen is van zijn vorige trip en ontdekt dat hij in Tilburg is geland. Er is veel politie zichtbaar. De stad heeft zijn visitekaartje afgegeven.
Walk of Fame
Onderweg naar Doloris passeer je de ‘Walk of Fame’. Sinds 2016 ligt deze langs de Spoorlaan. Hier staan allemaal onbekende personen op, waarvan we Guus Meeuwis, Ivo de Wijs en Corry Konings enigszins landelijk kennen. De rest is lokale ‘Fame’. Verder schijn ik twee keer de naam Roy Donders te hebben gemist. De Tilburgse primatoloog Marc van Roosmalen verwarde ik ter plaatse met Marcel van Roosmalen. Gelukkig was Tilburg niet zo diep gezakt om deze laatste daar in de tegels te houwen.
Willem II op een voetstuk
Doloris is leuk. Een beleving waarbij je echt wat meemaakt. Vriendelijke mensen en het doet een beetje denken aan Amsterdam Dungeon. Alhoewel dat laatste onovertrefbaar is. Maar na een uur komt de kater. Je bent klaar bij Doloris en dan sta je weer buiten tussen de Rotterdamachtige nieuwbouw.
Dan maar richting de kerk. Een kerk met twee torens, ook wel Jozefkerk geheten. Zou dat iets zijn dat we kennen uit Deventer? Nee, echt oud is het niet, want het gebouw dateert uit de negentiende eeuw.
Overigens staat op het plein voor de kerk een groot beeld van Willem II. Deze biseksuele koning verbleef tijdens de beperkte negen jaar dat hij koning was, graag in en rond de stad. Hij heeft nu een metershoog beeld in Tilburg, dat zo hoog is dat Jozef Stalin en Saddam Hussein er jaloers op zouden zijn. Overigens is dit beeld pas sinds 1920 in hier aanwezig, want toen Den Haag het beeld zat was verkochten ze hem door aan Tilburg.

Winkels
Winkels zien we veel in Tilburg. Een oneindig lange straat zonder ook maar enig groen blijkt de Heuvelstraat te zijn. Ook die heuvel heb ik niet geconstateerd. Verder zijn er allemaal winkels die we ook elders zien. Alsof je een winkelstraat in Alkmaar inloopt die naadloos overgaat in een winkelstraat in Almere, maar je bent in Tilburg. De hele standaardriedel aan ketens zijn er. Immers iedere winkelketer wil in het centrum van de zevende stad van Nederland aanwezig zijn. Druk is het dan ook niet in dit ‘pittoreske winkelgebied’, zoals het wordt omschreven.

Rommelige binnenstad
Het centrum van Tilburg is eigenlijk een rommeltje van nieuwbouw, oudbouw, nieuwe gevels bij oudbouw en oude gevels met kitscherige ornamenten bij nieuwbouw. Maar echt oud is het allemaal niet. En spannend ook niet. In Brugge, Deventer en Amersfoort kijk je je ogen uit en zie je achter elke hoek een nieuwe verrassing.
Maar het centrum van Tilburg is saai en niet historisch. Zo hier en daar staat een jaartal uit ongeveer 1900 op de gebouwen. Sporadisch neem ik een ouder gebouw waar, zoals een uit 1737. Dat één straat Telefoonstraat heet, is tekenend dat het centrum niet echt oud is.

Overkill aan terrassen
De zijstraten tonen een overkill aan terrassen. Daaruit blijkt dat het een uitgaansstad is. Iets dat je mag verwachten in Noord-Brabant. Het centrum is dan ook alleen maar winkelstraat en heel veel terrasjes bij de aanloopstraten.
Want van terrasjes bouwen houden de Kruikenzeikers wel. Elke hoek waar het mogelijk is staat een terras. Neem nu de Stationsstraat. Alles opgebroken, stratenmakers zijn oorverdovend de grond aan het drillen, de dieselrook giert door de straat. En daar zit men rustig op het terras.

Thuisgekomen eens gekeken wat ik allemaal heb gemist aan de Kruikenstad, maar dat blijkt niets te zijn. De Efteling in Kaatsheuvel heb ik gemist. Die wordt overal genoemd als tip voor mensen die naar deze stad willen.
