The Nozema strikes back

Als weeramateur blijft men zich verbazen. Soms ogenschijnlijk eenvoudige zaken kunnen een opvallende achtergrond hebben. In de avond van de 18e februari nam ik drie bliksemontladingen waar in westelijke richting. Buiten het feit dat de eerste ontlading redelijk onverwacht kwam (hé toch nog onweer dacht ik) was er niets bijzonders op te merken.

Bij nader inzien kwam bij mij de vraag op waarom de radio vooraf niet gekraakt had en waarom deze nadien ook rustig was? Kortom waarom onweerde het alleen maar in het westen? Aan de hand van deze waarneming wil ik u laten zien dat er ‘meer tussen hemel en aarde is’ dan in eerste instantie het geval lijkt. 

Het leuke van deze avond was dat het onweer optrad rond weerberichttijd. De ontladingen waren zichtbaar tussen 19.32 en 19.37 uur en op dat moment wemelde het van de satellietbeelden, radarkaarten en wild gebarende weermannen/vrouwen op de diverse televisiestations. Hierdoor was een goed beeld te vormen van wat er gebeurde.

Voor de kust ontstonden twee buiencellen. Een kleine cel die ten oosten van Harwich was ontstaan kwam bij Den Haag landinwaarts en een grotere bij Noord-Holland. De Haagse cel had een voorsprong van drie kwartier en trok activerend naar het westen. Rond oostelijk Zuid-Holland bereikte deze zijn maximale sterkte en begon de bui langzaam weer in te zakken.

Ondertussen bleef de middengolfradio alleen zwakke kraakjes produceren van wat onweer uit de buurt van Den Helder. Plotseling kwam de bui tot onweer ten zuidwesten van Utrecht. Ik vreesde in eerste instantie voor een actief onweer. Met deze westelijke stroming en deze activiteit kon het niet uitblijven of binnen vijf minuten zouden de blikseminslagen om mijn oren slaan.

Merkwaardig genoeg bleef het stil. Zo onverwacht als het onweer begonnen was, was het ook weer gestopt. De bui trok naar het oosten weg en even later passeerde de tweede cel met onweer over de noordelijke helft van Nederland. Waarom, ga je dan denken, onweerde het maar zo kort en uitgerekend op die plaats ten westen van mij? Is dit toeval of is er iets bijzonders met die locatie?

Het duurde niet lang of ook bij mij ging toen het licht aan. Acht kilometer naar het westen staat een aantal zendmasten van de firma Nozema. Bekend is de televisie-Gerbrandytoren (381 meter hoogte) te IJsselstein en verder op het grondgebied van Lopik staan radiomasten die wat kleiner zijn, maar toch een respectabele hoogte vertegenwoordigen van 164 en 196 meter.

De atmosfeer was behoorlijk geladen daar de andere buiencel meer naar het noorden, redelijk wat onweer meebracht. De bui die over het zuiden van de provincie Utrecht trok, zat op de grens van het gebied waar onweer optrad. Ten zuiden van de Waal kwam het niet meer tot een bui.

De bui was potentieel ín staat om onweer te genereren, maar had daarbij een hulpmiddel nodig. In dit geval was te IJsselstein de overbrugging tussen wolk en aarde meer dan gehalveerd en dit kon niet anders betekenen dan dat de onweerswolk moest en zou ontladen.

Interessant tenslotte is om eens te onderzoeken hoe zo’n lokale bui opgemerkt is. Onweer werd gemeld door waarnemers te Houten, Nieuwegein, Lexmond, Linschoten en Montfoort. Op enige afstand te Zeist, Bilthoven, Maartensdijk, Wijk bij Duurstede en Groot-Ammers werd deze avond geen onweer geconstateerd. En dat terwijl deze waarnemers wel degelijk oplettend zijn.

Halverwege tussen hemel en aarde bevindt zich het topje van de Gerbrandytoren. Voor mij goed voor extra ontladingen met 24 seconden tijdsverschil tussen bliksem en donder. Het leek deze avond wel alsof de hoge zendtorens de bliksems afschoten. De Nozema nam wraak.

Dit artikel is gepubliceerd in Weerspiegel 1997-6